De toren die blijft klinken
Artikel
Mijn jeugd zit vol verhalen over hem. Over wie hij was, wat hij meemaakte en hoe hij zich door het leven sloeg. Hij was een markante man. Als jonge jongen bracht hij gedwongen tijd door in Kamp Veenhuizen, een heropvoedingskamp in Drenthe. Later stond hij, samen met mijn overgrootoma, als marktkoopman op de markt. Met sokken, kousen en alles wat ze konden verkopen. Tijdens de oorlogsjaren smokkelden ze goederen vanuit België over de grens, om de markt draaiende te houden en hun gezin te voeden.
Het verhaal dat mij het meest raakt, speelt zich af tijdens de Vlucht in de Tweede Wereldoorlog. Niet ver van hun huis aan de Vestkant is het nu vereeuwigd in een muurschildering. Breda werd gewaarschuwd voor bombardementen. Mijn overgrootopa vertrok met zijn hoogzwangere vrouw en vijf kinderen op de fiets, richting België. Ze kwamen terecht bij een school die opvang bood.
Op het moment dat ze naar binnen wilden gaan, arriveerde er ook een man met een ezel. De ezel weigerde. Wat de man ook probeerde, het dier ging niet naar binnen. Mijn overgrootopa besloot daarop hetzelfde te doen. Hij geloofde dat dieren een zesde zintuig hebben, dat ze onheil voelen aankomen. De volgende dag bleek die school gebombardeerd. Alles verwoest. Niemand had het overleefd.
Het gezin vond uiteindelijk onderdak in een klooster. Daar werd mijn oudtante geboren. De nonnen wilden haar houden, omdat zij betere zorg en voedsel konden bieden dan er in Breda was. Maar mijn overgrootouders namen haar mee naar huis. Dankzij de markt en een zoon die in de keukens van de Duitsers werkte, was er genoeg te eten.
Dat dit verhaal voortleeft in de stad, in een muurschildering, vind ik prachtig. Het maakt mijn overgrootopa tastbaar. En het laat zien: erfgoed zit niet alleen in gebouwen of monumenten, maar in verhalen die we blijven doorgeven. Zolang we dat doen, blijft het leven.