KOP: ruimtemaker voor kunst & designtalent
Gewoon op straat
“Kunst is een basisbehoefte”, vindt Meike Veldhuijsen, die samen met Linsey Kuijpers de directie vormt van KOP. “Kunst is een manier van communiceren die taal overstijgt. Het kan verbinden, ontroeren en ongemak blootleggen. En raakt aan alles wat menselijk is. We kunnen niet zonder en juist daarom moet het zichtbaar, voelbaar en toegankelijk zijn voor iedereen, óók voor mensen die niet vanzelfsprekend een galerie of museum binnenlopen. Onze kunst kom je daarom vooral tegen in de publieke ruimte. "Op festivals, in wijken en gewoon, op straat.”
Jonge makers hebben iets bijzonders. Ze kijken nog onbevangen. Alles lijkt mogelijk, en juist daaruit ontstaan de spannendste en meest verrassende ideeën
Samen maken
“We doen het ook graag samen. Met bezoekers, buurtbewoners, nieuwkomers en soms ook kwetsbare doelgroepen. Mensen worden zo actief onderdeel van het verhaal. Dat vraagt natuurlijk wel om een andere manier van werken. Je wil als kunstenaar je eigen handschrift bewaken, maar ook ruimte maken voor inbreng van de ander. Hoe ga je die relatie aan? En hoe zorg je dat het niet alleen jouw verhaal blijft?”
Samen met dak- en thuisloze mensen werken de makers van KOP nu voor de tweede keer aan een groot participatief kunstproject dat aandacht vraagt voor de verhalen en werkelijkheid achter dakloosheid. “Niet vóór hen, maar écht mét hen. Op Wereld Dakloze Mensen Dag (10 oktober) moet het project ‘Uit je Dak!’ zichtbaar worden in de stad, met kunst, gesprekken en ontmoetingen die mensen letterlijk stil laten staan bij het thema.”
Jonge makers hebben iets bijzonders, een ‘unfair advantage’ noem ik het
Ook in projecten als ‘Gedeelde Gronden’ staat ontmoeting centraal. Samen met nieuwkomers wordt onderzocht wat ‘thuis’ eigenlijk betekent. En wat we gemeenschappelijk hebben met elkaar. “Soms ontstaat dat in iets kleins: samen wandelen door een wijk, objecten oprapen van straat en daar nieuwe woorden voor verzinnen. Dat is voor mij waar kunst over gaat. Over communicatie, elkaar begrijpen. Het wordt dan een gedeelde taal. Heel tof.”
Unfair advantage
“Jonge makers hebben iets bijzonders, een ‘unfair advantage’ noem ik het. Ze kijken nog onbevangen, worden nog niet geremd door ervaring of door waarom iets níét kan. Daardoor ontstaan vaak nieuwe ideeën, perspectieven en oplossingen waar organisaties of steden zelf misschien niet zo snel op zouden komen. Heel waardevol.”
“Tegelijkertijd is het ondernemerschap nog nieuw voor ze. Ze krijgen er misschien iets van mee tijdens hun studie, maar op dat moment is die kennis vaak nog helemaal niet toepasbaar. Juist in de eerste jaren ná het afstuderen komen de vragen: hoe bouw je als autonoom maker een bestaan op? Hoe ontwikkel je jezelf als professional?”
Daar probeert KOP jonge makers bij te ondersteunen. De stichting faciliteert in open calls voor betaalde opdrachten, een waardevol netwerk en professionele begeleiding. Binnen samenwerkingen zoals Bosch Parade worden jonge kunstenaars gekoppeld aan ervaren regisseurs, performers en makers die meedenken, begeleiden en helpen bij het ontwikkelen van hun werk.
Ook organisaties buiten de culturele sector weten KOP inmiddels steeds beter te vinden. De stichting werkte eerder bijvoorbeeld samen met de NS en Waterschap Brabantse Delta. “Ook, of misschien wel juist, buiten de kunstwereld kunnen kunstenaars veel toevoegen. Gelukkig wordt dat meer en meer omarmd.”
Zachte landing
Naast participatie ligt de nadruk op grootschalig werk en publieksinteractie. Hoe maak je werk dat niet meer in je atelier past? Hoe groot moet iets eigenlijk zijn om in de openbare ruimte écht impact te maken? En hoe neem je je publiek goed mee in een ervaring? “We werken regelmatig samen met mensen uit theater, performance en podiumkunsten, die veel meer gewend zijn om vanuit publiek en interactie te denken.”
Met KOP Cafés, excursies, ontmoetingen en themaprogramma’s faciliteert KOP bovendien een, zoals ze het zelf noemen, ‘zachte landing’ voor jonge makers. “Lang niet iedereen rolt na de academie direct een professioneel netwerk binnen. Je merkt dat jonge kunstenaars behoefte hebben aan gelijkgestemden. Aan mensen met wie je kunt sparren, leren en samen dingen kunt opzetten. Een community als deze is dan echt belangrijk.”
Volgens Meike begint dat ook bij jonge makers serieus nemen. Niet alleen met woorden, maar ook door ruimte, opdrachten en mogelijkheden te creëren. “Veel jonge kunstenaars vertrekken uiteindelijk naar andere steden, simpelweg omdat ze hier geen perspectief voelen”, vertelt ze. “Ze hebben plekken nodig om te werken, om elkaar te ontmoeten en om zich te ontwikkelen. Je moet het als stad, organisaties en bedrijven samen omarmen. Alleen dan voelen makers: hier kan ik groeien.”
